Author Archives: nachtavontuur

183) Autorijden

M en ik zitten voorin een auto. Achterin zit mijn vader, hij is ziek misschien. We rijden, over wegen. Wie bestuurt de auto? Mijn vader, dat wil zeggen, voor zover hij iets kan doen vanuit de achterbank, niks of heel weinig dus. Dit duurt te lang. De auto gaat behoorlijk hard. Blijkbaar gaat het goed met de bochten en bermen, maar ik krijg de neiging het stuur vast te pakken, om bij te sturen, doe dat, maar zie meteen dat ik het alleen erger maak, ook aangezien ik geen voeling heb met sturen en dat soort grote mobielen. M is koelbloedig en in control zoals altijd, en zij neemt op een moment het gas voor haar rekening. Terwijl ik het benauwd krijg geeft zij lekker extra gas, we schieten nu vooruit, halen auto’s in, soms gaat het maar net goed, ik stuur nu.

(15/06/05)

30 May 2006
By on 11:05
182) Acteren

Ik speel in een film, ik heb deze film al eerder gespeeld, ik ken de scene’s, loop ze één voor een af, het is een enge film. De vorige keer dat ik dit droomde was het echt, was het eng, dit keer ken ik de kamers en de gangen en de kasten waaruit dingen zullen komen, de mechanismen van het openen en afsluiten van de deuren, mijn medespeler. Ik ben dus ‘de scenes aan het spelen’. Ik ben aan het naspelen wat ik weet dat er de vorige keer gebeurde. Het idiote is dat ik niet weet waarom we dit eigenlijk doen en dat er bv ook geen camera te bekennen is en.

In een van de ruimtes waarin veel hout en palets liggen, waar ik acrobatisch doorheen kan slingeren, ontmoet ik mijn medespeler, en als ik hem zie stel voor dat we stoppen met acteren en pauze nemen. Hij vindt het okee. Deze jongen is een echte acteur, van de acteerschool, kunstenaarachtig, met zijn cv bezig. (…) Later zijn we in zijn kamer, die hij deelt met een meisje van de acteerschool. Het meisje is er niet, ze is gestoord geraakt en heeft moeten ophouden met haar opleiding. Haar spullen zijn er nog. Hij vraagt me wat ik doe en ik vertel rustig en overtuigd over mijn dingen.

(15/06/05)


By on 11:02
181) Onherkenbaar ziek

Ik ben op het Waterlooplein, fiets tussen de kramen en mensen door, ik kan nog net voor iemand in rolstoel langs fietsen, en zeg achterom even sorry, het is iemand met een heel wit gezicht, rood haar, een baard, een oranje baard, en hij of zij mist een been. Ik word geroepen. Ik zoek naar wie me roept en het blijken gewoon de rolstoeler en degene die er achter loopt te zijn. De laatste is mijn moeder. Van de eerste schrik ik, het is G, een vrouw die ik ken, maar bijna volkomen onherkenbaar, alleen haar ogen herken ik nog, heeft de ziekte haar zo veranderd?

Ik zeg dat ik haar niet herkende, en loop een stukje met ze mee. Ik weet niet wat ik zal zeggen en wil aan G vragen hoe het gaat. Maar precies op het moment dat ik dat doe kijkt ze ergens naar, ze hoort mijn vraag niet.

(15/06/05)


By on 10:56
180) Situatie

Boven op zolder, in mijn oude bed, avond, ik studeer, heb boeken bij me. Ik val in slaap, misschien ben ik moe of een beetje ziek. Als ik weer wakker ben komt T kijken, ze is teleurgesteld ergens over, ze zegt dat ze even eerder ook al kwam kijken en dat ik toen sliep en geen huiswerk aan het maken was – terwijl dat toch waar ik voor kwam.

Er ontstaat een hele rare situatie. Ze krijgt mensen te eten. Het bezoek zit in de kamer. J haar ex en L haar huidige vriend zijn er ook. Op een gegeven moment komt T naar beneden, ze komt van zolder en is duidelijk niet voorbereid op bezoek, nog niet aangekleed, warrig hoofd, net wakker lijkt het. Ze weet zich geen houding te geven en doet alsof ze G & F niet ziet. Nu zijn zowel haar huidige als haar ex vriend er, zonder dat dat de bedoeling was, en T doet alsof ze van niets weet, ze helpt niet om deze situatie op te lossen, op te helderen of soepel te laten verlopen.

(15/06/05)


By on 10:51
179) De winegumbult

Oorlog. Er moet ergens oorlog gevoerd worden, er is een opdracht, een missie, de spanning hangt in de lucht. Het is nu dag of avond, binnenkort gaat het gebeuren. Ergens in een vrachtwagen sta ik, er is een leidinggevende en een jongen met wie ik samenwerk. In het midden van de vrachtwagen staat een plateau met daarop een schaal met daarop een grote doorzichtige bult van kwalachtig materiaal. Het is eetbaar, misschien een soort winegumachtig spul, transparant. Terwijl de jongen en de man belangrijke zaken bespreken, hou ik me bezig met winegum snijden (…) Het is donker, we gaan nu beginnen. Ik sta buiten, het regent, ik help een installatie een vrachtwagen in te takelen.

De missie is voorbij. Samen met een meisje zit ik ergens, ze heeft een papier bij zich en laat mij dat zien. Op het papier staan van alle mensen die meededen of ze het goed hebben gedaan, wat hun sterke kanten waren en wat minder goed ging. Ze stelt een vraag aan mij over iets wat bij haar uitslag geschreven staat. (…) Ik heb het gevoel dat de missie voltooid is, ik voel me rustig, de sfeer is klaar, opgeruimd, we hebben het goed gedaan.

(01/06/2005)

17 May 2006
By on 18:22
178) Muziek cd

Ik ben bij iemand in haar woonkamer. Ik heb het idee dat het S, de dierenartsassistente is. Ze zit achter haar bureau aan de computer, ze heeft een kamer met veel donker hout, netjes. Er staat muziek. Ik hoor een nummer dat ik ken. Het is een cover van iets anders. Ze vraagt me of ik het ken, en ik zeg dat ik het nummer ken maar niet weet door wie dit gezongen wordt. Ze noemt de naam en zet een volgend nummer van die groep op, ook een gecoverd nummer dat ik al eerder heb gehoord. Ik wist niet dat dit van dezelfde groep was, leuk. Ze biedt aan om de cd voor me te kopiëren en over twee weken als ik er weer ben mee te geven. Ja leuk, prima. Ik vraag me af of ik moet zeggen dat ik wel geld heb voor het cdtje, zodat ze niets aan me kwijt is, maar besluit het niet te doen.

(01/06/2005)


By on 18:14
177) Geheimzinnig

Ik ben in een een of andere flat, gallerijwoningen, veel woningen (ik heb het idee dat het niet de eerste keer is dat ik hierover droom). Ik ben in een soort gang beland. Een gang van de bergingen van alle woningen lijkt het. Je loopt door de deur van de ene berging steeds de volgende berging in, en dan door de deur daarvan weer een nieuwe berging in. Er is helemaal niemand. Elke berging is anders ingericht, vol of leeg, andere kleuren, er staan spullen in, of dozen, netjes meestal.

Ik ben misschien onderweg ergens naartoe, misschien zoek ik iets, of loop ik richting een uitgang. Ik loop snel door. Er is geen mogelijkheid om eruit te komen, behalve de hele weg weer terug te lopen. Ik vertrouw erop dat ik vooruit moet blijven lopen. Na een heleboel bergingruimtes te hebben gepasseerd komen we in een nieuwe afdeling terecht; de logeerkamers. Blijkbaar heeft ook iedere woning van de flat hier een eigen aparte ‘logeerkamer’. Deze liggen wel langs een gang, zodat je er gewoon voorbij kunt lopen, wel kan je overal naar binnen kijken. Sommigen zijn leeg, in sommige staat een eenvoudig matras, soms een netjes opgemaakt tweepersoonsbed. Het valt me op dat alle kamers en bergingen erg licht en netjes en opgeruimd zijn. Ik realiseer me nu dat dit de kamers van de kinderen van de flatbewoners moeten zijn. Maar toch heb ik de indruk dat hier nooit iemand komt.

Ik loop een kamer binnen. Er zitten twee katten, het dekbedovertrek is lichtgroen. Ik eet snoepjes. Er staat een bureautje. Als ik weg wil gaan zijn er opeens allemaal insecten over het bed aan het lopen, kleine vliegjesachtige beestjes. Ik denk dat het bed best smerig moet zijn, lang niet schoongemaakt.

(01/06/2005)


By on 18:10
176) Rustig

M is die ochtend weggegaan om iets te doen. Ik loop buiten op het pleintje bij de bushalte als ik hem zie staan. Ik voel me vrij, laat hem vrij, zodat ik eigenlijk voorbij hem kan lopen, het is niet nodig om meteen naar hem toe te gaan of iets te doen. Uiteindelijk loop ik naar hem toe en ga vlakbij hem staan tot hij me ziet, hee hallo, ik omhels hem, het is in orde, goed, stil.

(01/06/2005)


By on 17:57
175) Tijd nemen

Ik sta in een lange rij. Iedereen loopt na afloop van de les langs de lerares, om een kaartje te laten aftekenen. Er zijn heel veel mensen. Ik ben bijna aan de beurt. Ik voel me rustig en lerares P en ik voelen vriendelijkheid voor elkaar. Ik heb nog een vraag die ik besluit te stellen. Iets over een leskaart. Ondanks alle wachtenden voel ik dat de situatie mij dit vandaag wel toestaat. P stelt ter verduidelijking nog een vraag aan mij, wat ik precies bedoel. Op het moment dat ik wil gaan antwoorden krijg ik een agressieve snauw van een meisje achter me, ik kijk om, een donker meisje met een geirriteerd gezicht. Ze vindt het blijkbaar heel vervelend dat ik de tijd neem een vraag te stellen.

(31/05/2005)

29 April 2006
By on 08:56
174) Opruimen

Ik ben bij S, we praten, staan in de gang. Als we haar kamer binnen lopen zegt ze, en wat denk je hiervan? Ze is blijkbaar bezig haar kamer, die normaal helemaal vol spullen is, op te ruimen, het is erg leeg, een deel moet nog gedaan worden. Het ziet er een stuk ruimer en lichter uit dan gewoonlijk, alle frutsels eruit, overzichtelijk, ruimte, schoon.

(28/05/2005)


By on 08:50