181) Onherkenbaar ziek
Ik ben op het Waterlooplein, fiets tussen de kramen en mensen door, ik kan nog net voor iemand in rolstoel langs fietsen, en zeg achterom even sorry, het is iemand met een heel wit gezicht, rood haar, een baard, een oranje baard, en hij of zij mist een been. Ik word geroepen. Ik zoek naar wie me roept en het blijken gewoon de rolstoeler en degene die er achter loopt te zijn. De laatste is mijn moeder. Van de eerste schrik ik, het is G, een vrouw die ik ken, maar bijna volkomen onherkenbaar, alleen haar ogen herken ik nog, heeft de ziekte haar zo veranderd?
Ik zeg dat ik haar niet herkende, en loop een stukje met ze mee. Ik weet niet wat ik zal zeggen en wil aan G vragen hoe het gaat. Maar precies op het moment dat ik dat doe kijkt ze ergens naar, ze hoort mijn vraag niet.
(15/06/05)
