183) Autorijden
M en ik zitten voorin een auto. Achterin zit mijn vader, hij is ziek misschien. We rijden, over wegen. Wie bestuurt de auto? Mijn vader, dat wil zeggen, voor zover hij iets kan doen vanuit de achterbank, niks of heel weinig dus. Dit duurt te lang. De auto gaat behoorlijk hard. Blijkbaar gaat het goed met de bochten en bermen, maar ik krijg de neiging het stuur vast te pakken, om bij te sturen, doe dat, maar zie meteen dat ik het alleen erger maak, ook aangezien ik geen voeling heb met sturen en dat soort grote mobielen. M is koelbloedig en in control zoals altijd, en zij neemt op een moment het gas voor haar rekening. Terwijl ik het benauwd krijg geeft zij lekker extra gas, we schieten nu vooruit, halen auto’s in, soms gaat het maar net goed, ik stuur nu.
(15/06/05)
